Airco-units: omgevingsvergunningsvrij of niet?

Climate change is real en mensen willen met de tijd mee. Aangezien het warmer wordt in Nederland, zijn er steeds meer mensen die een airco-unit aanschaffen en deze aan de woning plaatsen. Het lijkt erop dat vaak wordt gedacht dat de plaatsing van een airco-unit aan de woning, zonder vergunning kan worden gerealiseerd. Toch is dit echter (vaak) niet het geval. Om die reden wordt hieronder nader uiteengezet welke wet- en regelgeving betrekking heeft op (a) het omgevingsvergunningsvrij bouwen en (b) de plaatsing van een airco-unit. Daarbij wordt antwoord gegeven op de vraag (a) of een airco-unit zonder vergunning kan worden geplaatst en (b) indien dit kan, op basis van welke regelgeving dit mogelijk is.

Omgevingsvergunningsvrij bouwen

De regels omtrent de vraag wat er omgevingsvergunningsvrij kan worden gebouwd, worden geregeld in het Besluit omgevingsrecht (Bor). In Bijlage II van dit Bor (artikel 2 en 3) wordt nader bepaald wat er omgevingsvergunningsvrij kan worden gebouwd. Zo kan bijvoorbeeld een aanbouw in het achtererfgebied omgevingsvergunningsvrij worden gerealiseerd. Dit is echter afhankelijk van o.a. de grootte, het gebruik, de hoogte en uiteraard andere vereisten die in het Bor worden genoemd.
Op grond van artikel 3 lid 8 van bijlage II van het Bor kunnen ook veranderingen van een bouwwerk (bijvoorbeeld een woning) omgevingsvergunningsvrij worden gerealiseerd. Er moet dan echter worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a.geen verandering van de draagconstructie,
  • b.geen verandering van de brandcompartimentering of beschermde subbrandcompartimentering,
  • c.geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte, en
  • d.geen uitbreiding van het bouwvolume.

Aangezien dit artikel 3 bijlage II van het Bor bevat moet daarnaast ook worden voldaan aan het bestemmingsplan. Artikel 2 bijlage II Bor heft namelijk een eventuele strijdigheid met het bestemmingsplan op, artikel 3 bijlage II Bor niet.

Deze bepaling lijkt betrekking te hebben op airco-units. Hoewel dat inderdaad zo kan zijn, is dit in de meeste gevallen niet het geval. In de meeste gevallen wordt een airco-unit immers gebouwd aan een woonhuis, en daarmee vergroot een airco-unit (hoe gek dat ook klinkt) het bouwvolume van een bouwwerk en daarmee valt een airco-unit niet in de werking van artikel 3 lid 8 bijlage II Bor. Daardoor is er geen sprake van een uitzondering op de vergunningsplicht en dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor een airco-unit.

Welke wet- en regelgeving is dan van toepassing op een airco?

Voor het bouwen van een bouwwerk is een omgevingsvergunning vereist. Dit volgt uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Een omgevingsvergunning wordt – onder meer – geweigerd indien het bouwen van een bouwwerk in strijd is met het bestemmingsplan of met redelijke eisen van welstand (artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Wabo).

De wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verstaat onder ‘bouwen’ (artikel 1, lid 1 Wabo): plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten

Op grond van de rechtspraak wordt onder een ‘bouwwerk’ verstaan: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, dat op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.  

Zonder omgevingsvergunning kan er aldus géén bouwwerk worden geplaatst. Gelet op de hierboven vermelde definities, wordt daarmee ook het plaatsen van een airco-unit bedoeld. Voor airco-units, die dus niet omgevingsvergunningsvrij kunnen worden gerealiseerd op basis van artikel 3 lid 8 bijlage II Bor, is aldus een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk vereist.

Daarnaast maken airco-units op grond van artikel 1, lid 3 Woningwet, deel uit, van een bestaand bouwwerk, zijnde de woning. Dit betekent dat het plaatsen van een airco-unit op of aan de woning, gezien wordt als ‘het veranderen van een bouwwerk’. De airco-unit wordt namelijk als een installatie gezien die deel gaat uitmaken van de woning. Het plaatsen van de airco-units zorgt bovendien voor een toename van het volume van het bouwwerk waar het deel van gaat uitmaken. Daarmee is op grond van artikel 2.1, lid 1 onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht , een omgevingsvergunning vereist. 

Conclusie

Voor airco-units geldt daardoor dat vaak een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is vereist, omdat de airco-unit (a) een verandering teweeg brengt aan het bouwwerk, zijnde de woning, (b) deel uitmaakt van een woning en daarmee het bouwvolume vergroot en (c) omdat daardoor de airco-unit niet omgevingsvergunningsvrij kan worden gerealiseerd.

Wanneer kan een airco-unit dan wel omgevingsvergunningsvrij worden gerealiseerd en welke regelgeving is van toepassing op een airco-unit die omgevingsvergunningsvrij wordt gerealiseerd? Bijlage II Bor is van toepassing op airco-units die omgevingsvergunningsvrij zouden kunnen worden gerealiseerd en daarbij gaat het met name om artikel 3 lid 8 van het Bor (bijlage II). Een airco-unit zou aldus omgevingsvergunningsvrij kunnen worden gerealiseerd, als zij het bouwvolume niet vergroten. Wanneer dit het geval is, is sterk casuïstisch. Denkbaar is aan een airco-unit die niet aan een woning wordt geplaatst, maar los op een balkon bijvoorbeeld. Het is dan de vraag of een airco-unit het bouwvolume nog vergroot, dat is aan een gemeenteambtenaar om te beoordelen.

Bent u het dan alsnog niet eens met de toetsing van de airco-unit? Dan kunt u bezwaar maken. Daar kan Tom Franssen u bij helpen. Neem contact op met de heer Franssen voor meer informatie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.