Onderhanden werk: vordering al opeisbaar?

Ondernemers hebben vaak verschillende redenen om nog niet al het gedane werk te factureren. Dit komt bijvoorbeeld voor in de bouw, waarbij er gewerkt wordt aan langdurende projecten. Bij dit soort werk wordt er pas gefactureerd, indien bijvoorbeeld een product afgerond is en verkocht kan worden, of als een opdracht helemaal voltooid is. Dit werk wordt onderhanden werk genoemd.

Bij onderhanden werk gaat het om werk, dat een ondernemer voor eigen risico en rekening maakt (totdat het klaar is voor verkoop of totdat de opdracht is afgerond). Onderhanden werk, maakt om die reden dan ook onderdeel uit van de voorraden op de balans van de jaarrekening, ook al wordt soms (voor welke reden dan ook) ervoor gekozen om, pas na ruime tijd na afronden van de opdracht, een factuur te verzenden.

Ondernemers c.q. opdrachtnemers kunnen dan problemen krijgen wanneer onderhanden werk nog niet gefactureerd is en er een beroep wordt gedaan, door de opdrachtgever, op het verjaren van de vordering. Een opdrachtgever kan bijvoorbeeld een beroep op verjaring van de vordering doen, als er inderdaad, ruime tijd na afronden van de opdracht er pas over wordt gegaan, tot het versturen van de factuur.

Op basis van wet- en regelgeving en jurisprudentie kan echter het argument worden gemaakt dat het onderhanden werk nog niet is verjaard. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 16 augustus 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8198.  

Wat waren de feiten?

In dit geschil heeft een advocatenkantoor juridische diensten geleverd aan een talent management bureau.

Vervolgens factureert het advocatenkantoor in 2014 onderhanden werk aan het talent management bureau. Betaling blijft echter uit, waardoor het advocatenkantoor in 2018 besluit om het talent management bureau aan te schrijven. Daarbij wordt het talent management bureau in gebreke gesteld. Betaling blijft echter uit en daarom dagvaart het advocatenkantoor, het talent management bureau.

Er wordt verweer gevoerd en gesteld dat de vordering, ingevolge artikel 3:307 BW is verjaard. De opeisbaarheid van de factuur, zo stelt het talent management bureau, is ontstaan in 2014. 

De rechtbank oordeelt echter dat, voor een vordering zoals in het onderhavige geschil, er een verjaringstermijn gold van vijf jaar na aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden (artikel 3:307 BW).

Het is daarbij goed om te weten dat artikel 3:317 lid 1 BW bepaalt dat de verjaring van een verbintenis wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Stuiting breekt een lopende verjaring af.

De rechtbank oordeelde dan ook, dat door de schriftelijke aanmaning, van 2018, de vordering was gestuit en dat deze aldus nog niet was verjaard. 

Voorts geeft de rechtbank aan, dat artikel 6:38 BW bepaalt dat indien geen tijd voor de nakoming is bepaald, terstond nakoming van de verbintenis kan worden gevorderd. Artikel 6:39 BW bepaalt daarnaast, dat in het geval wel een tijd voor de nakoming is bepaald, wordt vermoed dat dit slechts belet dat eerdere nakoming wordt gevorderd.

Uit deze bepalingen volgt dan ook dat de verjaringstermijn van een vordering pas gaat lopen op het moment dat de vordering opeisbaar is (artikel 3:307 BW) en dat een vordering opeisbaar is nadat de betalingstermijn van een factuur is verstreken (artikel 6:39 BW), tenzij er geen tijd voor nakoming is bepaald (artikel 6:38 BW).

Concluderend betekent dit dus, dat bij onderhanden werk, de vordering pas opeisbaar wordt, nadat een factuur is verstuurd en er niet aan de betalingstermijn (voor zover deze er is), wordt voldaan. Grote kans, daarom, dat ook bij onderhanden werk, uw opdrachtgever tóch tot betaling verplicht is, ook indien er een beroep op verjaring wordt gedaan. Het beroep op verjaring is dan immers onterecht. Verjaring speelt immers alleen dan pas een rol, indien er een factuur is gestuurd. Vervolgens is dan de vraag, wat het moment van opeisbaarheid van de vordering is: terstond bij uitblijven van een tijd voor nakoming, of nadat de nakomingstermijn verstreken is.

Heeft u vragen over onderhanden werk of het niet nakomen van verbintenissen? Neem dan contact op. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *